|
Systeem Aarde >> Lagen van de atmosfeer
Atmosferische lagen bepaald door hun temperatuur
|
Het zichtbare licht, de infrarode en ultraviolette stralen die de Zon ons stuurt, zijn onmisbaar voor het leven op Aarde. Maar een deel van deze elektromagnetische stralen kan ook zeer schadelijk zijn.
Dit geldt voor de UV-stralen. Ze worden voor het grootste gedeelte gefilterd door de atmosfeer. Hun absorptie verwarmt aldus verschillende zones van de atmosfeer. De verdeling van deze opwarmingszones zorgt voor wat men een "temperatuursprofiel" noemt. Dit dient om de verschillende atmosferische lagen van elkaar te onderscheiden.
De eerste laag, van het aardoppervlak gezien, is de troposfeer (tussen 0 en 15 kilometer hoogte). In de troposfeer daalt de temperatuur met de hoogte.
In de stratosfeer (15 tot 50 km) neemt de temperatuur toe doordat de ozonlaag het grootste gedeelte van de ultraviolette stralen absorbeert.
Dan komt de mesosfeer (50 tot 90 km) die gekenmerkt wordt door een temperatuur die opnieuw daalt (-90°C gemiddeld).
Tot slot komen we in de thermosfeer en vervolgens in de exosfeer, waar de temperatuur opnieuw stijgt. De verschillende lagen van de atmosfeer
|
|